Iedereen die mij kent, weet dat honden niet zomaar een deel van mijn leven zijn; zij zijn mijn leven. Mijn toewijding aan hen is onvoorwaardelijk — elke dag opnieuw, zonder uitzondering.
In mijn jeugd was er thuis geen plaats voor een hond. De aanwezigheid van een viervoeter werd niet gewenst in het ouderlijk huis. Daardoor trok ik vaak naar buiten, waar ik mijn liefde voor honden kon beleven via de huisdieren van buurtbewoners.
Op mijn zeventiende veranderde alles: onze familie kreeg eindelijk een eerste hond, Carras — een zes maanden jonge Labrador die meteen een plekje in mijn hart veroverde. Met volle overgave nam ik de zorg voor hem op mij: wandelen, trainen, opvoeden. Toen ik het ouderlijk huis verliet en mijn eigen weg insloeg, ging Carras met mij mee.
Niet lang daarna volgden Tiran, eveneens een Labrador, en Kessie, een hond die ik al regelmatig uitliet en die na het overlijden van zijn baasje een thuis nodig had.
Mijn engagement groeide verder toen ik als vrijwilliger in een dierenasiel begon te werken. Daar ontstond een diepe verbondenheid met honden die — vaak om onbegrijpelijke redenen — werden afgestaan. Stuk voor stuk vonden ze bij mij niet alleen een huis, maar een echte thuis. Ondanks hun verschillende achtergronden, karakters en uitdagingen, waren het zonder uitzondering fantastische metgezellen, elk met hun eigen charme.
En toen kwam er plots iets heel bijzonders op mijn pad: mijn eerste teckel, Tiebe. Zijn komst markeerde het begin van een onvergetelijk avontuur en een diepe, blijvende liefde voor dit unieke ras.